Steeds minder kinderen leren nog het dialect van hun grootouders. Veel mensen vinden dat niet erg: 'iedereen verstaat toch gewoon Nederlands?' Maar volgens mij verliezen we daarmee iets wat we niet terugkrijgen.
Een streektaal is meer dan een grappige manier van praten. Er zitten woorden in voor gevoelens, gerechten en plekken waar het Nederlands geen goed woord voor heeft. Als zo'n taal verdwijnt, verdwijnt ook een stukje van hoe mensen daar naar de wereld kijken.
Daarom vind ik dat scholen en families het dialect serieuzer moeten nemen, in plaats van het weg te lachen. Je hoeft het niet de hele dag te spreken. Maar als we het helemaal loslaten, is het voorgoed weg. En dat zou zonde zijn.