Eeuwenlang schreven monniken hun boeken met inkt die ze zelf maakten van eikengalnoten: kleine bolletjes die op eikenbladeren groeien. Je kunt deze inkt thuis namaken. Werk wel op een oude tafel, want de inkt geeft flinke vlekken.
Verzamel eerst een handvol eikengalnoten en stamp ze fijn in een kommetje. Doe het poeder daarna in een glas en giet er heet water op. Laat het mengsel een nacht staan, zodat de kleurstof los kan komen.
Voeg vervolgens een beetje fijn ijzerpoeder toe en roer goed door. Je ziet de vloeistof nu langzaam donkerblauw tot zwart worden. Zeef ten slotte het mengsel door een doek in een schoon potje. Test de inkt met een pen op een stukje papier — en je schrijft met dezelfde soort inkt als duizend jaar geleden.